Gepubliceerd op

Straattaal

Als ik programma’s op tv bekijk, betrap ik mezelf erop dat ik me kapot erger aan de taal die gebruikt wordt. Werd er in de jaren ’80 en ’90 nog eens wat weg gepiept, lijkt nu alles te kunnen en mogen.

Met name als ik kijk naar het programma Dream Schoop van de NTR, valt het me op dat onder jongeren toch anders gesproken wordt.
Een kleine greep uit de woordenschat die te horen is in Dream School:
‘Je weet toch’
‘What the fuck’
‘Kut’
‘Fucking’
‘Daap’

 

Waarbij ik op moet merken dat ik van ‘daap’ even heb moeten zoeken naar de betekenis. Het is zoiets als een ‘mafketel of dombo’.

Het taalgebruik is grof te noemen. Opvallend is dat de jongeren deze taal zelf zien als heel normaal. Want zowel in communicatie onderling als in communicatie naar volwassenen toe worden dit soort woorden gebruikt.
 
In mijn eigen praktijk (leerkracht in het basisonderwijs) is dit ook al terug te zien. Sommige kinderen lijken zich er niet eens van bewust wat ze zeggen, want de term ‘what the fuck’ is een vaak gehoorde.
 
Het werd mij toen in jong was al kwalijk genomen als ik het woord ‘shit’ gebruikte. Daarop gingen we massaal het woord ‘chips’ maar inzetten. Het bekte net zo lekker en het leek er toch op.
Ook deze beweging is nu terug te horen. Want de kinderen die zich wel bewust zijn van het gebruik van ‘what the fuck’, gebruiken allerlei alternatieven die in de buurt komen. Zeer originele verbasteringen ook: ‘what the fridge’, ‘what te fuzz’, ‘what the heck’.
 
Taal is in beweging. Dat geldt voor alle vormen van taal, ook de straattaal en de schuttingtaal en scheldwoorden dus.
Benieuwd wat we over 10 jaar zeggen!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *