Gepubliceerd op

Jou of jouw

Jou of jouw? Wanneer schrijf je jouw met een w en wanneer schrijf je jou zonder een w? Niet zo moeilijk als je weet hoe je erachter kunt komen. Dit kan door te begrijpen hoe het werkt in de Nederlandse taal, of door het gebruik van een ezelsbruggetje. Eerst de regels maar.

De theorie

Met jou verwijs je naar een persoon, het is dan ook een persoonlijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld in ‘ik hou van jou’.
Met jouw geef je aan dat iets een bezit is, het is dan ook een bezittelijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld in ‘dat is jouw boek’.
Wil je verwijzen naar een persoon, dan gebruik je jou en wil je aangeven dat iets een bezit is, dan gebruik je jouw.

Het ezelsbruggetje

Welk ezelsbruggetje kun je gebruiken? Simpel, vervang jou(w) door het woord u(w). Bij u of uw hoor je duidelijk of er wel of geen w in zit.
Hoor je de uw, daar zit een ‘w’ in, dus schrijf je jouw ook met de ‘w’. Hoor je u, daar zit geen ‘w’ in en dus schrijf je jou ook zonder de ‘w’.

Bijvoorbeeld in: ‘Ik heb jou/jouw proberen te bellen’ Maak van deze zin: ‘Ik heb u proberen te bellen’. U heeft geen ‘w’, dus schrijf je jou ook zonder de ‘w’ in deze zin. De zin wordt dus: ‘Ik heb jou proberen te bellen’.

Van de zin: ‘Ik wil jou/jouw trui wel eens passen’, kun je maken: ‘Ik wil uw trui wel eens passen’. Uw is met een ‘w’, dus schrijf je jouw ook met de ‘w’. De zin wordt dan: ‘Ik wil jouw trui wel eens passen’.